Reglementering van de Internationale Schaatsunie (ISU) schendt Europees Mededingingsrecht

Jan 4, 2018 | Rechtspraak, Sportrecht algemeen

Schaatsers mogen voortaan ook deelnemen aan wedstrijden die niet worden georganiseerd door de internationale (of nationale) schaatsbond(en). Zo gaf de Europese Commissie op 8 december 2017, bij monde van eurocommissaris van Mededing Margrethe Vestager, in een persbericht aan. De Europese Commissie heeft geoordeeld dat de schorsingssancties van de Internationale Schaatsunie (ISU) voor wie deelneemt aan wedstrijden zonder toestemming van de ISU, in strijd zijn met de Antitrustwetgeving van de EU, meer specifiek de wetgeving tegen monopolievorming.

De zaak Tuitert en Kerstholt

Voormalig olympisch kampioen langebaanschaatsen Mark Tuitert en oud-shorttracker Niels Kerstholt wilden in 2014 deelnemen aan de zogenaamde Icederby in Dubai. Icederby is een nieuwe schaatsvariant waarin langebaanschaatsers en shorttrackers het tegen elkaar moeten opnemen op een kunstijsbaan van 220 meter. Het starters- en prijzengeld ligt er een pak hoger dan bij de gebruikelijke schaatstoernooien georganiseerd door de ISU en de nationale schaatsbonden. Het concept werd ontwikkeld door een Zuid-Koreaanse onderneming om sportweddenschappen op af te sluiten.

Deelname aan de Icederby werd de voornoemde Nederlandse schaatsers echter verboden door de ISU. Indien zij toch zouden meedoen, dreigde de internationale schaatsbond ermee hen levenslange schorsingen op te leggen voor alle grote internationale schaatswedstrijden, zoals in haar reglement was voorzien. Tuitert en Kerstholt dienden daarop klacht in bij de Europese Commissie omdat zij ervan overtuigd waren dat dergelijke zwaarwichtige sancties indruisten tegen de meest fundamentele principes van het EU-mededingingsrecht. Drie jaar later werden ze door de Europese Commissie in het gelijk gesteld.

Wettelijk kader: Europees Mededingingrecht

Artikel 101 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) (en artikel 53 van de EER-Overeenkomst) verbieden concurrentiebeperkende handelspraktijken. Artikel 101, lid 1, van het VWEU verbiedt alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de interne markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst.

Sportregels van sportfederaties vallen onder het toepassingsgebied van de EU-mededingingsregels wanneer de instantie die de regels bepaalt of de ondernemingen en personen die met die regels te maken krijgen, een economische activiteit uitoefent. Het begrip economische activiteit wordt gedefinieerd als: “elke activiteit die bestaat uit het aanbieden van goederen of diensten op een bepaalde markt”.

Door de zeer ruime definitie van economische activiteit kunnen ook sportverenigingen, federaties en clubs als ondernemingsverenigingen en ondernemingen beschouwd worden die een economische activiteit uitoefenen. Reglementen die uitgaan van sportfederaties kunnen bijgevolg beschouwd worden als besluiten van ondernemingsverenigingen. De ISU en haar leden, de nationale federaties, organiseren schaatswedstrijden en verdienen daar geld mee. De Europese Commissie besliste dan ook terecht dat de desbetreffende ISU toelatingsregels onder het toepassingsgebied van de EU-mededingingsregels viel.

Volgens EU-rechtspraak m.b.t. het Europees Mededingingsrecht zijn sportregels conform het EU-recht wanneer deze een legitiem doel voor ogen hebben en wanneer de daardoor gecreëerde restricties inherent en evenredig zijn aan het bereiken van die doelstelling. Deze redenering maakte het Europees Hof van Justite in de zaak Meca-Medina & Majcen.

De Commissie vindt dat het sanctiesysteem in de ISU toelatingsregels onevenredig streng is en het organiseren van onafhankelijke internationale schaatsevenementen belemmert. Daarom concludeert de Commissie dat de ISU-toelatingsregels concurrentieverstorend zijn en in strijd zijn met artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Motivering van de beslissing van de Europese Commissie

Commissaris Margrethe Vestager, bevoegd voor het concurrentiebeleid motiveerde waarom de ISU reglementering de concurrentie verstoorde: “Internationale sportfederaties spelen een belangrijke rol in de carrière van sporters. Ze beschermen hun gezondheid en veiligheid en houden hun competitie eerlijk. Maar met strenge straffen voor rijders beschermt de Internationale Schaatsunie ook haar eigen commerciële belangen en belemmert ze anderen om hun eigen evenementen te organiseren. De ISU moet nu voldoen aan onze eisen, de regels aanpassen en sporters en concurrerende wedstrijdorganisatoren de ruimte geven, in het belang van alle schaatsliefhebbers.

De Commissie constateerde dat sinds 1998 de ISU langebaanschaatsers die deelnemen aan wedstrijden van niet door de ISU erkende organisatoren, strenge sancties kan opleggen of zelfs levenslang schorsen. De ISU kan die sancties naar eigen goeddunken opleggen, zelfs als die onafhankelijke wedstrijden geen enkel risico vormen, noch voor legitieme doelstellingen zoals de integriteit en de correcte uitoefening van de sport, noch voor de gezondheid en veiligheid van sporters.

Met die strenge toelatingsregels beperkt de ISU de vrije concurrentie en beschermt de ISU haar eigen commerciële belangen, ten nadele van sporters en organisatoren van sportevenementen. De Commissie vindt vooral dat de ISU-toelatingsregels de commerciële vrijheid van sporters beperken, omdat zij niet aan onafhankelijke schaatsevenementen kunnen deelnemen. Daardoor kunnen schaatsers hun diensten niet aanbieden aan organisatoren van concurrerende schaatsevenementen en worden zij mogelijk beroofd van extra inkomsten in hun toch al relatief korte schaatscarrière.

De toelatingsregels van de ISU belemmeren organisatoren in het opzetten van eigen schaatscompetities omdat zij geen topschaatsers kunnen aantrekken. Hierdoor ontstaan er geen alternatieve of innovatieve schaatscompetities, en krijgen schaatsliefhebbers minder evenementen te zien.

Impact van de beslissing van de Europese Commissie.

De ISU, maar ook andere sportfederaties, worden door deze beslissing eraan herinnerd dat zij hun regulerende macht niet mogen misbruiken om hun economische belangen te vrijwaren ten nadele van hun leden, de professionele atleten.

 

Auteur: Dimitri Dedecker – Thomas Verstraete