Wurgcontracten met ouders van minderjarige voetbalgoden: de zaak Lokilo

Sep 4, 2017 | Rechtspraak, Sportrecht algemeen

Op 22 februari 2017 bevestigde de Brusselse Rechtbank van Eerste Aanleg, tegen alle verwachtingen in, de wettelijkheid van de sterkmaking in het Belgische voetbal. Een overwinning voor de clubs uit onze pintjescompetities. In vele kranten werd gesteld dat profclubs vanaf nu talenten jonger dan zestien jaar aan zich kunnen binden door middel van een sterkmaking. De facto is dit inderdaad het geval, de iure zijn echter enkel de ouders van de voetballertjes gebonden door dergelijke wurgcontracten.

Hiërarchie der voetbalclubs

Het is een gekend fenomeen. Je kind blinkt uit op een lokaal toernooi voor U7 spelertjes. Een club uit de hogere reeksen in het Belgische voetbal pikt de beste speler op en lijft hem in. De speler zal er zijn voetbalopleiding krijgen in de hoop hem later voor ettelijke miljoenen te kunnen verkopen.

De voorbije decennia stegen de bedragen die clubs investeren in hun jeugdwerking aanzienlijk. Deze investeringen dreigen echter verloren te gaan wanneer een jeugdspeler zijn eerste profcontract tekent bij een andere club.

In het Belgische voetbal mogen spelers pas op hun zestiende een profcontract ondertekenen. Clubs moeten met lede ogen aanzien hoe veel toptalenten al voor hun zestiende benaderd worden door grote, buitenlandse clubs. In veel gevallen worden die supertalenten door economische grootmachten à la Chelsea, Manchester United en AS Roma ook vroegtijdig weggeplukt (cfr.: Musonda, Januzaj en Tomaselli). De wet van de rijkste!

Sinds 1 augustus 2014 werden de opleidings- en solidariteitsvergoedingen per opleidingsjaar teruggeschroefd. Voor een vertrekkende jeugdspeler ontvangt een profclub voortaan nog maar maximaal 115.000 euro, waar dit vroeger nog kon oplopen tot maximaal 375.000 euro. Voor de bovenvermelde clubs is dit evenwel slechts drinkgeld. Gelet op de grenzen van het systeem van de opleidingsvergoedingen, zoeken clubs tegenwoordig naar andere remedies om hun investeringen in hun jeugdopleiding te vrijwaren.

De Sterkmaking

Om te vermijden dat de grootste talenten nog voor hun 16de vertrekken, beroepen bepaalde Belgische clubs zich op de rechtsfiguur van de sterkmaking. Dit is een overeenkomst tussen de ouders en de voetbalclub waarin de ouders zich sterk maken, oftewel beloven, dat hun minderjarig kind, eenmaal zestien geworden, een profcontract bij de voetbalclub zal ondertekenen.

“Het minderjarig kind behoudt de vrijheid om zich al dan niet te verbinden, aangezien hijzelf geen wurgcontract heeft ondertekend.”

De ouders kunnen gehouden worden om een schadevergoeding te betalen als de verbintenis niet wordt nagekomen door hun minderjarig kind. De speler zelf behoudt uiteraard de vrijheid om zich al dan niet te verbinden, aangezien hijzelf het sterkmakingscontract (wurgcontract) niet is aangegaan en er dus niet door gebonden is.

De zaak Lokilo: feiten

Jason Lokilo sloot zich in 2007, als 9-jarige knaap, aan bij de jeugdacademie van RSC Anderlecht. Al snel werden hem gouden voeten toegedicht. Toen hij twaalf was, kregen zijn ouders een schijnbaar aantrekkelijk voorstel van de club. In ruil voor een vergoeding van € 75.000 moesten de ouders garanderen dat hun zoon zijn eerste profcontract bij de club zou tekenen op zijn 16de verjaardag. De overeenkomst bepaalde verder ook dat de ouders verplicht waren een schadevergoeding van € 450.000 te betalen ingeval hun zoon dit niet deed.

Naar mate de jaren vorderden, was er steeds meer buitenlandse interesse voor Jason Lokilo. In 2013 stuurde Aston Villa een verzoek aan Anderlecht met de vraag of de 15-jarige Lokilo op proef mocht komen. Verwijzend naar de sterkmaking, weigerde Anderlecht.

Nadat de vader van Jason eerst een herziening van de overeenkomst vroeg, stuurde de familie In juni 2014 een brief aan Anderlecht waarin ze beweerden dat de sterkmaking onwettig en bijgevolg nietig was. In juli 2014 verliet Lokilo Anderlecht, waarna Anderlecht de contractuele schadevergoeding opeiste voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel.

Het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg

De rechter bevestigde in zijn vonnis de wettelijkheid van de sterkmaking in de context van het voetbal. Het verwees daarbij expliciet naar artikel 1120 van het Burgerlijk Wetboek :

“Niettemin kan men zich sterk maken voor een derde, door te beloven dat deze iets doen zal; behoudens schadevergoeding ten laste van hem die zich heeft sterk gemaakt of die beloofd heeft de verbintenis te zullen doen bekrachtigen, indien de derde weigert ze na te komen.”

De kernvraag waarover de rechtbank diende te oordelen was of de sterkmaking wel een geldig voorwerp en geldige oorzaak had. Voor de geldigheid van een overeenkomst moet immers voldaan zijn aan vier basisvoorwaarden: toestemming van de partij die zich verbindt, bekwaamheid om contracten aan te gaan, een bepaald voorwerp als inhoud van de verbintenis en een geoorloofde oorzaak.

Lokilo’s ouders meenden dat de sterkmaking geen geldig voorwerp en geoorloofde oorzaak had en een inbreuk vormde op:

  • Het principe van de vrijheid van vereniging,
  • De minimumleeftijdsvereiste om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te mogen sluiten,
  • Het recht van de niet-professionele sportbeoefenaar om de overeenkomst tussen hem en zijn sportvereniging jaarlijks te beëindigen
  • Het vrij verkeer van werknemers.

De rechtbank veegde alle argumenten van Lokilo’s ouders van tafel met dezelfde motivering. Jason Lokilo was, als derde, namelijk niet gebonden door de sterkmaking tussen zijn ouders en de club en dat hij nimmer verplicht was de belofte van zijn ouders na te komen. De sterkmaking beperkte zijn vrijheid (de iure) niet en verhinderde hem ook niet een contract bij een andere club te tekenen.

Anderlecht kreeg de gevorderde schadevergoeding van 450.000 euro echter niet volledig toegekend. Omdat de gevorderde schadevergoeding duidelijk de werkelijk geleden schade te boven ging, werd de schadevergoeding door de rechtbank ex aequo et bono vestgesteld op 140.000 euro.

Ongeoorloofde druk op de ouders

De Rechtbank van Eerste Aanleg hanteerde met dit vonnis het algemeen rechtsbeginsel pacta sunt servanda. Ze past daarmee strikt de wet toe, maar verliest het belang van het kind uit het oog. Het kind ziet zijn vrijheid van arbeid al ingeknot nog vóór zijn carrière goed en wel begonnen is. De minderjarige speler zal immers niet naar een andere club verhuizen wanneer zijn ouders daardoor worden blootgesteld aan een immense schadevergoeding.

Bovendien is volgens de Belgische wetgeving een minderjarige in beginsel tot zijn 18de handelingsonbekwaam. Dit houdt in dat de ouders of de voogd bij het stellen van rechtshandelingen, zoals het sluiten van een arbeidsovereenkomst, in naam en voor rekening van het kind moeten optreden. Het 16-jarige talent kan dus niet zonder ouderlijke goedkeuring een profcontract tekenen. De sterkmaking creëert tegenstrijdige belangen tussen de speler en zijn ouders. Het spreekt voor zich dat ouders niet geneigd zullen zijn om een arbeidsovereenkomst mee te ondertekenen wanneer zij daardoor een groot financieel risico lopen. De facto beschikt de speler dus niet over de vrijheid waarover sprake in het vonnis.

De sterkmaking is trouwens niet het enige wurgcontract dat Belgische clubs aanwenden. Er bestaan ook opleidingsovereenkomsten waarbij kinderen een voetbalopleiding combineren met een internaat en schoolwerk. De ouders tekenen een contract waarbij alle kosten van de opleiding ten laste vallen van de voetbalacademie, zolang het kind zijn eerste profcontract maar bij de club tekent. Doet hij dat niet, dan moeten ze de opleidingskosten terugbetalen. Een variatie op de sterkmaking zeg maar.

 

Auteur: Dimitri Dedecker – advocaat sportrecht | zaakvoerder LAWCOM advocaten en incasso