Nieuwe CAO’s voor voetbalspelers en voetbaltrainers

Jan 24, 2018 | Rechtspraak, Sportrecht algemeen

De Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO – CCT) voor spelers en trainers in België werden voorbije donderdag 11 januari 2018 ondertekend binnen het Paritair Comité voor de Sport. De sociale partners kwamen tot een akkoord met betrekking tot vernieuwde arbeids- en loonvoorwaarden voor voetbalspelers en -trainers binnen de sportsector. Maar wat is een CAO eigenlijk en wat is het belang ervan voor de clubs, de spelers en de trainers? Wij lichten het u hierna toe.

Wat is een CAO?

Een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) – Convention Collective de Travail (CTT) – is een akkoord dat gesloten wordt tussen de sociale partners waarbij individuele en collectieve betrekkingen tussen werkgevers en werknemers in ondernemingen of in een bedrijfstak worden vastgesteld en de rechten en verplichtingen van de contracterende partijen worden geregeld.

De zogenaamde ‘sociale partners bestaan enerzijds uit de vakbonden, die werknemers vertegenwoordigen, en anderzijds uit de organisaties die werkgevers vertegenwoordigen. Ze spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van arbeidsvoorwaarden voor de werknemers Afspraken daaromtrent kunnen in een CAO kunnen worden vastgelegd.

Arbeidsvoorwaarden betreffen onder andere de arbeidstijd, loonvoorwaarden, feestdagen, vakantie, het welzijn op het werk, arbeidsveiligheid, de uitzendarbeid en terbeschikkingstelling, enz…

Een CAO kan gesloten worden op intersectoraal, sectoraal en ondernemingsniveau worden gesloten. Op sectoraal vlak overleggen en onderhandelen de sociale partners in paritaire comités, met het oog op het sluiten van een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst.

Het nut van een CAO

De CAO is hét instrument om de wetgeving op het gebied van het arbeidsrecht aan te vullen voor wat de individuele en collectieve betrekkingen tussen werkgevers en werknemers betreft.

De sociale partners kunnen bijvoorbeeld afspraken maken over het minimumloonloon, doorbetaling tijdens ziekte, nachtarbeid, tijdskrediet of betaalde vakantie die het wettelijke minimum overschrijden.

Deze collectief overeengekomen arbeidsvoorwaarden dragen bij tot evenwichtige onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers op individueel niveau, met name bij de totstandkoming van een individuele arbeidsovereenkomst.

De CAO in de hiërarchie der rechtsnormen

Zolang zij de hiërarchie van de rechtsbronnen naleven, hebben de sociale partners in beginsel een absolute vrijheid om te contracteren, krachtens de autonomie van de contracterende partijen.

Het gebeurt echter dat CAO bepalingen strijdig zijn met andere arbeidsrechtelijke rechtsnormen. Artikel 51 van de CAO-wet heeft een hiërarchie uitgewerkt tussen de verschillende bronnen van het arbeidsrecht.

Daarbij dient benadrukt te worden dat de dwingende bepalingen van de wet primeren op een CAO. Onwettige afspraken in een CAO zijn ongeldig en kunnen bijgevolg nietig verklaard worden.

Wanneer de werkgever en werknemer er door gebonden zijn, staat een CAO wél hiërarchisch boven een individuele arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat wanneer een werkgever en een werknemer voorwaarden in de arbeidsovereenkomst overeenkomen die voor de werknemer minder gunstig zijn dan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de toepasselijke CAO, de minimumregels uit de CAO toepassing zullen vinden. Het staat de werkgever en werknemer evenwel volledig vrij om een voor de werknemer gunstigere regeling overeen te komen.

De CAO betreffende arbeids- en loonvoorwaarden voor betaalde voetballers

In de Belgische voetbalsector worden CAO’s afgesloten in het Nationaal Paritair Comité voor de Sport. Daar worden voetballers vertegenwoordigd door spelersvakbonden zoals Sporta. De werkgevers, zijnde de profclubs uit afdeling 1A en 1B, worden vertegenwoordigd door de Pro league.

De CAO is van toepassing op de voetbalclubs en de betaalde voetbalspelers die als betaalde sportbeoefenaar kunnen worden gekwalificeerd in de zin van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars.

Concreet houdt dit in dat de CAO van toepassing is op voetballers wiens loon het bedrag van 10.200 euro overschrijdt. Dit grensbedrag wordt jaarlijks bij KB vastgesteld. De CAO is vanzelfsprekend ook van toepassing op de clubs die deze betaalde voetballers tewerkstellen.

De CAO bevat heel wat sectorspecifieke afspraken. Ten eerste krijgt een verzoeningscommissie de opdracht om problemen in verband met de toepassing van de navolgende loon-en arbeidsvoorwaarden te onderzoeken en hierover te bemiddelen. Het basisrecht op arbeid van een speler vervolgens toegelicht, waarna de CAO verduidelijkt welke componenten deel uitmaken van het loon van een betaalde voetballer en op welke bijkomende bedragen een speler eventueel recht heeft (cao-premie, waarborg bovenop het minimumloon, syndicale premie, groepsverzekeringsbijdrage). Clubs worden verplicht een minimum aantal spelers onder contract te hebben.

Voorts zijn er bepalingen inzake contractstabiliteit, specifieke clausules in spelerscontracten (optieclausule, degradatie- en promotieclausule), deeltijdse contracten, contracten met minderjarige spelers en terbeschikkingstelling van spelers (uitleenbeurt).

Verder in de CAO vinden we afspraken terug met betrekking tot de arbeidsongeschiktheid van een speler en spelersafvaardiging/-vertegenwoordiging. Een volgend hoofdstuk voorziet bepalingen voor het geval dat clubs in vereffening gaan, fuseren of geherstructureerd worden.

Ten slotte stelt de CAO regels vast omtrent boetes en sanctionering van spelers, weddenschappen, discriminatie, racisme en integriteit, tussenpersonen (makelaars) en portretrechten,

Nieuwigheden in de CAO van 11 januari 2018

De voormalige CAO dateerde van 15.02.2016 en liep ten einde op 30.06.2017. De nieuwe CAO werd op 11.01.2018 ondertekend en bevat afspraken die gelden voor 3 seizoenen, met name van 01.07.2017 tot en met 30.06.2020.

Hoewel de bepalingen van de nieuwe CAO in grote mate identiek zijn aan de bepalingen van de voorgaande CAO, bevat de nieuwe CAO toch enkele aanpassingen en nieuwigheden.

Vooreerst wordt vanaf het seizoen 2019-2020 het minimaal aantal betaalde spelers dat een club onder contract moet hebben verhoogd van 22 naar 23 voor clubs uitkomende in Nationale afdeling 1A en van 17 naar 19 voor clubs uitkomende in Nationale afdeling 1B.

De bedragen van de cao-premie, de waarborg bovenop het minimumloon en het grensbedrag van de salarisverhoging bij optieclausules worden verhoogd.

Indien er een groepsverzekering is voorzien, dient deze volgens de nieuwe CAO berekend te worden binnen het wettelijk kader. De desbetreffende groepsverzekeringsbijdrage moet derhalve minimaal berekend te worden op de respectievelijke minimumlonen voor deeltijdse werknemers, voltijdse werknemers en werknemers van buiten de Europese Economische Ruimte. Deze bepaling geldt enkel voor de arbeidscontracten afgesloten vanaf 2018-19.

De nieuwe CAO gaat ook dieper in op het concept van wedstrijdpremies. Het staat de werknemer en werkgever volledig vrij om te bepalen of er al dan niet wedstrijdpremies verschuldigd zijn. Indien er premies worden overeengekomen, dienen ze voldoende bepaalbaar te zijn. Ingeval de premies onvoldoende bepaalbaar zijn (of er niet aangegeven is dat er geen verschuldigd zijn), geldt een vaste premie van 75 euro per punt per wedstrijd waarbij de speler op het wedstrijdblad stond ingeschreven.

Nieuw is ook de uitzondering op de vrijstelling van prestaties vanaf de maand juni ingeval een speler einde contract is. Indien er in juni nog officiële matchen van de eerste ploeg zijn voorzien in de kalender, wordt de speler dus niet vrijgesteld van prestaties.

De minimale voorwaarden betreffende training en trainingsfaciliteiten waaraan een club moet voldoen worden uitgebreid. Een gediplomeerde trainer dient nog steeds in te staan voor kwalitatieve groepstrainingen voor de speler bij een spelerskern waarvoor hij gekwalificeerd is om wedstrijden te spelen. Thans dienen de trainingen plaats te vinden binnen de in het arbeidsreglement voorziene arbeidstijd. Een individueel programma kan worden opgelegd in geval van blessure, revalidatie en, voor zover gestaafd door de club, wegens fysieke achterstand. De club dient dezelfde voorzieningen aangaande kledij te waarborgen. Bovendien zal de club eenzelfde of vergelijkbare kleedkamers moeten voorzien.

Wat betreft de arbeidsongeschiktheid wegens arbeidsongeval wordt de aanvullende vergoeding, maximale bijpassing van de club, voor arbeidsongeschiktheid vanaf de 7de t.e.m. de 12de maand, bovenop de tussenkomst van de arbeidsongevallenverzekeraar zodat het contractueel overeengekomen loon wordt bereikt, verhoogd van 1.500 euro naar 2.000 euro per maand.

Ingeval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte verkrijgen spelers uit Nationale afdeling 1A één maand extra, zijnde nu ook voor de derde maand ongeschiktheid, een aanvullende vergoeding bovenop de tussenkomst van het ziekenfonds zodat het contractueel vastgesteld loon wordt bereikt.

Wanneer een speler uitgeleend wordt, kan dit krachtens de CAO slecht onder bepaalde voorwaarden. Nieuw is dat de speler voortaan pas in dienst van de ontlenende club zal zijn vanaf het moment van goedkeuring van de vakbonden en/of sociale inspectie. Indien de vakbonden de betrokken club geen antwoord geeft binnen de 48u na ontvangst van de kennisgeving zal dit stilzwijgen worden aanschouwd als een goedkeuring van het dossier. De uitlenende club dient de aanvraag, samen met de driepartijenovereenkomst en de arbeidsovereenkomst van de betrokken speler, door te mailen naar de respectievelijke werknemersorganisaties.

In geval van overtreding van de CAO bepalingen betreffende de deeltijdse arbeidsovereenkomsten voor betaalde voetballers, wordt de arbeidsovereenkomst vanaf de totstandkoming beschouwd als een voltijdse arbeidsovereenkomst voor betaalde voetballers met een bijpassing tot een voltijds loon als gevolg.

Misschien wel de belangrijkste vernieuwing is deze met betrekking tot minderjarige spelers. In het kader van een kwaliteitsvolle opleiding van jonge voetballers (zowel sportief als extra-sportief) wordt het vanaf het seizoen 2018-19 mogelijk om een arbeidsovereenkomst af te sluiten met een minderjarige van 15 jaar, onder volgende voorwaarden:

  • Er dient contractueel te worden voorzien dat school en les volgen een pertinente rol zal spelen. De club zal de speler in staat stellen ten allen tijde zijn schoolverplichtingen na te komen;
  • Er kunnen geen precontracten worden afgesloten;
  • De opleiding heeft eveneens tot doel de jongeren meer kansen te geven binnen de eigen Belgische clubs.

De sociale partners stellen vooraf een paritaire commissie samen die de registratie en opleiding opvolgt. De sociale partners dringen er in de CAO ook expliciet op aan dat een Koninklijk Besluit dit akkoord formaliseert.

Tot slot regelt de nieuwe CAO voor het eerst het portretrecht van een voetbalspeler. Elke speler beschikt vrij over zijn beeld voor zover dit niet wordt uitgeoefend in clubverband in de kleuren of in de uitrusting van de club waarmee hij verbonden is. De speler kan vrij elk reclamecontract afsluiten behalve met derden die concurrenten zijn van de sponsor van de club of voor zover het producten betreft die strijdig zijn met het imago van de sport (tabak, alcohol). De club mag gratis gebruik maken van de naam en het beeld van de betaalde speler als het gaat om de afbeelding van een sportactiviteit die bedoeld is als informatie aan het publiek en het privéleven van de speler niet schaadt. Teneinde de correcte naleving van deze bepalingen te garanderen, zal de club voor 1 oktober van elk seizoen aan de vakbonden in het paritair comité schriftelijk meedelen met welke sponsors er een overeenkomst gesloten werd.

Ook voetbaltrainers krijgen een nieuwe CAO

Op 11.01.2018 werd evenzeer een nieuwe CAO overeengekomen betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden van de betaalde voetbaltrainer. Deze bevat een gering aantal aanpassingen ten opzichte van de voorgaande CAO.

Zo wordt het verplicht minimum aantal betaalde trainers verhoogd en worden de betalingsmodaliteiten van het loon van de trainers nader omschreven. Tevens wordt de regeling van de cao-premie versoepeld. De trainer dient niet langer vast bruto maandloon te hebben van minder 7000 euro om aanspraak te maken op de CAO-premie, daarnaast verkorten de anciënniteitsvoorwaarden en stijgen de CAO-premies. Ten slotte komen de sociale partners overeen dat de club aan de betaalde voetbaltrainers bovenop het minimumloon een bepaald bedrag per seizoen waarborgen, net zoals dit al het geval was voor betaalde voetballers.